Plaatje van een Möbiusband Dr. Aart Logo Revius Lyceum

Breuken » Van breuk naar procent

Om bij een breuk een percentage te berekenen, moet je de breuk vermenigvuldigen met honderd. In de meeste gevallen laat je geen breuk meer in het antwoord achter, maar moet je het antwoord afronden af op één decimaal.
Een percentage uitrekenen bij een verhaaltje gaat ook het makkelijkst via een breuk. Zie voorbeeld 3.

Let op:

Je schrijft in je berekening een procentteken achter de vermenigvuldiging met honderd.
Dit doe je omdat anders de twee delen van je berekening niet gelijk zijn. Dan zou je het =-teken er dus niet tussen mogen zetten.
Schrijf in de voorbeelden hieronder dus het rode procentteken wel op in de berekening, maar tik hem niet in op je rekenmachine.
In de normale lessen op school geef jij dit procentteken geen andere kleur.

Voorbeeld 1

Welk percentage hoort bij 3/8?
3 ÷ 8 × 100 % = 37,5 %

Voorbeeld 2

Welk percentage hoort bij 1/3?
1 ÷ 3 × 100 % ≈ 33,3 %

Voorbeeld 3

Als er 3 van 25 auto’s geel zijn, hoeveel procent is dat?
3/25 is geel dus: 3 ÷ 25 × 100 % = 12 %


Je maakt hier gebruik van:

aantalbreukstreeptotaal × 100 % = ... %


Zie ook procenten.