Breuken » Wat is een breuk?

Algemeen

Een breuk is niets minder dan een getal. Je kan daarom deze breuken aangeven op de getallenlijn. Een breuk is de uitkomst (quotiënt) van een deling van twee gehele getallen. Je mag dus nooit een kommagetal in een breuk laten staan. Je kunt ook spreken van de verhouding tussen twee gehele getallen.

Voorbeelden zijn 12, 34 en 13.

De drie breuken uit het voorbeeld op de getallenlijn

Je kan een breuk in een decimaal getal (kommagetal) uitdrukken.
Alleen zijn sommige breuken oneindig.
Bij 12 hoort 1 : 2 = 0,5
Bij 34 hoort 3 : 4 = 0,75
Bij 13 hoort 1 : 3 = 0,3333333333…

Teller en noemer

Een breuk bestaat altijd uit een teller en een noemer.
De teller is het getal boven de breukstreep en de noemer het getal onder de breukstreep.
Voorbeeld: In 34 is 3 de teller en 4 de noemer.

Stambreuk

Je spreekt van een stambreuk als de teller 1 is.

Echt en onecht

Bij een echte breuk is de teller kleiner is dan de noemer. Een echte breuk ligt dus tussen –1 en 0 en tussen 0 en 1.
Voorbeelden van echte breuken zijn 25 en 18.

Bij een onechte breuk is de teller groter dan de noemer. Een onechte breuk is dus kleiner of gelijk aan –1 of groter of gelijk aan 1.
Voorbeelden van onechte breuken zijn –65 en 77.

Gemengd getal / gemengde breuk

Je spreekt van een gemengd getal (of een gemengde breuk) als een getal bestaat uit een geheel getal en een breuk.
Bijvoorbeeld: 112 en 1234.

Rationaal/Verzameling

Alle breuken vormen samen de rationale getallen.